Stichting Civic zet zich in voor evidencebased inburgeringsbeleid dat de rechten van inburgeraars respecteert. Binnen het huidige inburgeringsbeleid staan verschillende van deze rechten onder druk. Stichting Civic beoogt de juridische belangen van inburgeraars te behartigen door – waar mogelijk –  inburgeraars en advocaten ondersteuning te bieden bij juridische procedures. Dit doet Stichting Civic in samenwerking met o.a. het Public Interest Litigation Project. Op het moment richten de juridische activiteiten van de stichting zich met name op:

1. Het beleid ten aanzien van boete, schuld en voorgezet verblijf bij overschrijding van de inburgeringstermijn

Schermafbeelding-2019-03-13-om-16.46.16

Opinieartikel Trouw – Steun inburgeraars die vastlopen in het falende systeem

Stichting Civic heeft voorgenomen de komende tijd speciale aandacht te vragen voor de positie en problemen van de groep nieuwkomers die tussen 2013…

Inburgeraars die de inburgeringstermijn overschrijden kunnen op basis van het huidige beleid  (herhaaldelijk) een boete opgelegd krijgen die op kan lopen tot 1250 euro. Daarnaast kan de DUO beslissen om afgesloten leningen door vluchtelingen  – ten behoeve van de bekostiging van inburgeringslessen – niet kwijt te schelden. In sommige gevallen kan het niet voldoen aan de inburgeringsvereisten leiden tot verlies van verblijfsrecht.

Deze praktijk staat op gespannen voet met het recht van de Europese Unie (EU). Het EU-recht vereist dat bij de het opleggen van sancties rekening wordt gehouden met alle relevante individuele omstandigheden en dat bij deze individuele beoordeling het uiteindelijke doel van integratie niet uit het oog verloren wordt. Dit vereiste is op dit moment niet verankert in de wet of in beleidsregels, waardoor de rechten van inburgeraars onvoldoende gewaarborgd zijn.

Daarnaast heeft minister Koolmees aangegeven dat sancties zijn opgelegd aan inburgeraars terwijl de overschrijding van de inburgeringstermijn mogelijk niet aan hen – maar met name aan het falende inburgeringsbeleid –  te wijten was.1 Hoewel het bestuursrecht voorschrijft dat sancties alleen opgelegd kunnen worden als het een verwijtbare overschrijding van de inburgeringstermijn betreft, heeft minister Koolmees aan deze vaststelling geen consequenties verbonden.

Op korte termijn verschijnt een uitgebreider standpunt van Stichting Civic ten aanzien van het bovengenoemde beleid op deze website, waarin zij minister Koolmees oproept deze praktijk met spoed te herzien en in overeenstemming te brengen het bestuurs- en EU-recht.

2. De Wet Inburgering Buitenland

Op dit moment dienen gezinsleden uit ‘niet-westerse landen’ een inburgeringsexamen in het buitenland met goed gevolg af te leggen alvorens zij met hun familieleden kunnen samenleven in Nederland. De vrijstelling voor onderdanen van ‘westerse’ landen acht Stichting Civic mogelijk in strijd met het principe van non-discriminatie zoals neergelegd in verschillende internationale verdragen en in het EU-recht. Het onderscheid dat wordt gemaakt door de Wet Inburgering Buitenland (WIB) is al jaren onderwerp van discussie in de academische literatuur. In 2011 heeft de bestuursrechter aan het Hof van Justitie EU gevraagd of dit onderscheid in overeenstemming is met het EU-recht. Deze vraag is echter nooit beantwoord doordat het bezwaar van eiseres alsnog gegrond werd verklaard. Stichting Civic beoogt deze kwestie onder de aandacht te houden van politici en rechtsbeoefenaars.

Volgens het EU-recht mogen inburgeringsvoorwaarden gesteld worden aan gezinsleden die zich bij een familielid in Nederland willen voegen. Deze inburgeringsvoorwaarden moeten echter evenredig zijn en mogen niet tot uitsluiting van bepaalde (groepen) gezinsmigranten leiden. Stichting Civic stelt zich op het standpunt dat ook deze juridische vraagstukken vragen om een evidencebased benadering. De huidige aanname waarop het beleid gebaseerd is, namelijk dat wettelijke uitzonderingsmogelijkheden voorkomen dat de WIB bepaalde (groepen) gezinsmigranten uitsluit, niet met empirisch bewijs is gestaafd. Hetzelfde geldt voor de aanname dat de huidige inburgeringsvoorwaarden niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk is om inburgeringsdoelen te verwezenlijken. Stichting Civic maakt zich hard voor evidence-based inburgeringbeleid dat in overeenstemming is met het EU-recht.

3. De Participatieverklaring

Inburgeringsplichtigen dienen sinds 1 oktober 2017 een participatieverklaring te ondertekenen.  De ondertekenaar verklaart daarmee de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving te respecteren. Daarnaast zijn inburgeraars verplicht een participatieverklaringstraject te doorlopen. De manier waarop dit traject is ingevuld verschilt per gemeente maar beslaat minimaal een dagdeel. Stichting Civic acht de verplichting om de participatieverklaring te ondertekenen mogelijk in strijd met de vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst zoals neergelegd in artikel 9 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 6 van de Grondwet en ziet gerechtelijke uitspraken over dit onderwerp als wenselijk.

  1. Kamerbrief fraude inburgering, https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/documenten/kamerstukken/2018/12/17/kamerbrief-fraude-inburgering ↩︎