14 november 2025
In 2012 arriveerde Julian vanuit Colombia in Nederland. Hij vestigde zich in Den Haag en begon aan het conservatorium, eerst zijn bachelor en daarna zijn master. Daarmee kreeg hij een studentenverblijfsvergunning voor zes jaar. Het gaf hem de kans om zich volledig te verdiepen in muziek, maar bracht ook beperkingen met zich mee: werken was niet toegestaan en audities bij orkesten waren niet mogelijk met een studentenverblijfsrecht. “Als muzikant moet je audities doen voor orkesten, maar ik kon dat simpelweg niet.”

Tijdens zijn studie ontmoette hij zijn huidige partner. Zo bouwde hij stap voor stap zijn leven in Nederland verder op. Na zijn studie kreeg hij eerst een zoekjaar, daarna een verblijfsvergunning via zijn partner. Inmiddels wacht hij op de datum waarop hij officieel genaturaliseerd zal worden, maar pas na tien jaar wonen en leven begon hij aan zijn officiële inburgeringstraject voor naturalisatie.
De taal leerde Julian niet via een cursus of lesboek, maar door dagelijks contact met anderen. “Ik heb wel het ‘inburgeringsboek’ gelezen, maar puur uit nieuwsgierigheid: om te zien wat de overheid verwacht dat een buitenlander moet leren over Nederland. Het ging mij niet om de toets, maar om te begrijpen: wat voor beeld schetst de overheid eigenlijk van dit land?”
Toen hij uiteindelijk zijn officiële inburgering deed, voelde dat vreemd. “Ik woonde hier al tien jaar, had vrienden, sprak de taal, werkte – en toch moest ik ineens bewijzen dat ik ‘ingeburgerd’ was.” Het taalexamen deed hij zonder cursus en slaagde in één keer.
Een eenzijdig proces
De ervaring maakte hem vooral kritisch. “Inburgering is ingericht als een eenzijdig proces. Jij moet je aanpassen, jij moet laten zien dat je burgerwaardig bent. Maar zo zie ik het niet. Voor mij is inburgering nooit een individueel proces geweest. Je kunt niet in je eentje inburgeren. Je hebt je buren, je vrienden, de gemeenschap nodig. Je leert cultuur niet uit een boekje, maar door uitgenodigd te worden, door samen te eten, dingen te doen, door fouten te maken en ervan te leren.”
Julian stelt een fundamentele vraag: waarom zou het uitsluitend de verantwoordelijkheid zijn van de nieuwkomer om te integreren? “Het is net zo goed de verantwoordelijkheid van de samenleving om ruimte te maken, om nieuwsgierig te zijn, om mensen welkom te heten. Zonder die interactie kan er geen echte inburgering bestaan. Ik kan niet alleen inburgeren als één persoon. Het is heel raar dat je als individu moet bewijzen dat je een burger bent.”
Wederkerigheid en ongelijkheid
Wat Julian mist in het systeem, is wederkerigheid. “Het voelt alsof je wordt gezien als iemand die alleen iets komt halen en niets brengt. Terwijl iedereen die hier komt óók iets meebrengt: kennis, ervaringen, andere manieren van kijken. Maar daar is in het huidige systeem nauwelijks ruimte voor. Er wordt dus ook weinig meerwaarde gezien van de ander. Het voelt vaak alsof je iets komt afpakken, niet alsof je iets komt bijdragen.”
Hij ziet een parallel met hoe Nederland met zijn eigen geschiedenis omgaat. “In het inburgeringsmateriaal lees je wel over de Gouden Eeuw en schilderijen van Van Gogh, maar nauwelijks over kolonialisme en slavernij. Terwijl veel nieuwkomers juist uit die gedeelde geschiedenis komen. Voor hen is dat geen abstracte geschiedenis, maar familiegeschiedenis. Als je alleen jouw perspectief deelt, voelt het alsof je de ander niet serieus neemt. Als je iemand wilt laten inburgeren, moet je ook kijken vanuit zijn of haar perspectief.”
Voor Julian gaat inburgering over dialoog: “Als je zegt: in Nederland discrimineren we niet, want er is vrijheid van meningsuiting en religie, dan moet je daar een gesprek over voeren. En zo’n gesprek is niet alleen voor nieuwkomers relevant, maar voor iedereen. Ook iemand die hier al tien generaties woont, moet die reflectie aangaan.”
Hij benadrukt dat echte ‘integratie’ tijd en flexibiliteit vraagt. “Iedereen leert en groeit in zijn eigen tempo. Je kunt dat niet vastleggen in strakke termijnen of uniforme trajecten. Net zoals je dat voor je eigen kinderen ook niet zou doen. Inburgeren is een proces van vallen en opstaan, van relaties bouwen en samenleven. Dat vraagt investering van beide kanten. Ik woonde al 10 jaar in Nederland, voordat ik aan het proces begon.”
Het grotere perspectief
Voor Julian is samenleven in de samenleving per definitie een gezamenlijke inspanning. “Het lijkt soms alsof inburgering wordt gezien als een soort opvoeden, streng of juist als liefdadigheid: het ‘helpt’ de nieuwkomer. Maar zo werkt het niet. Het gaat om ruimte creëren, zodat er een uitwisseling van kennis en ervaringen kan plaatsvinden. Als je alleen een eenzijdige weg kiest, wordt inburgering een voorwaarde, in plaats van een proces waarin mensen echt samenkomen.”
Hij gelooft dat de Nederlandse samenleving sterker kan worden door juist te leren van andere perspectieven. “We kijken vaak vanuit een dominant kader: Europees, westers, individualistisch. Maar er bestaan ook collectieve manieren van samenleven, waarin je elkaar nodig hebt om te overleven. Daar kunnen we veel van leren. Het is hard werken om die perspectieven samen te brengen, maar het levert ook oplossingen op voor maatschappelijke problemen die we met de traditionele Europese kennis alleen niet vinden.”
Julian besluit: “Wat zou er gebeuren als we inburgering zien als uitwisseling, in plaats van als verplichting? Als beide kanten bewegen, ontstaat er een samenleving die niet alleen mensen binnenlaat, maar die ook groeit en leert door de komst van nieuwkomers.”

Projectcoördinator





