26 juli 2026

Chela Lemmens en Samir Achbab

Kabinet betaalt boetes terug: erkenning van onrecht, geen einde aan het probleem

Het kabinet gaat duizenden late inburgeraars hun boetes terugbetalen en openstaande DUO-leningen kwijtschelden1. Dat is goed nieuws voor de mensen die jarenlang met deze schulden hebben geleefd. Het is ook een late erkenning van iets wat allang duidelijk was: dit boetebeleid is juridisch niet houdbaar en heeft tot onrechtmatige uitkomsten geleid.

We schreven eerder al in gesprek met advocaat Eva Bezem over het Keren-arrest, waarin het Hof van Justitie oordeelde dat het onverkort terugvorderen van inburgeringsleningen bij statushouders die buiten hun schuld niet konden voldoen aan de inburgeringsplicht, in strijd is met EU-recht2. Minister Aartsen erkent nu dat hij “juridisch geen ruimte” ziet om voor asielstatushouders deze boetes alsnog op te leggen. Voor Bezem was dat destijds al duidelijk: “De uitspraak laat zien dat het structureel is. Nederland heeft vaker te horen gekregen dat ons inburgeringsbeleid niet deugt. En tóch blijft men op dezelfde manier doorgaan”.

Ook in onze reactie op de tussenevaluatie van de Wet inburgering 2021 wezen we op het conditionele burgerschap dat aan het boetebeleid ten grondslag ligt: het idee dat het Nederlanderschap “verdiend” moet worden3. Deze terugbetaling bevestigt wat we toen al stelden. Een stelsel gebaseerd op wantrouwen in plaats van vertrouwen leidt tot rechtsongelijkheid, en uiteindelijk tot rechtszaken.

Twee kanttekeningen

Ten eerste blijven er onder de Wi2021 nog altijd momenten waarop een inburgeraar beboet kan worden. Gemeenten kunnen nog steeds boetes opleggen als iemand “aantoonbaar en verwijtbaar” niet aan de verplichtingen voldoet4. Wie bepaalt die verwijtbaarheid, en op basis waarvan? Dat blijft een knelpunt. Het beleid gaat namelijk automatisch uit van verwijtbaarheid, terwijl toezicht op taalscholen ontoereikend is en de zelfredzaamheid van inburgeraars stelselmatig wordt overschat5.

Ten tweede geldt deze herstelactie alleen voor asielstatushouders. Gezinsmigranten en overige migranten moeten hun inburgering nog altijd zelf bekostigen, eventueel met een lening bij DUO, en kunnen nog altijd boetes krijgen als zij niet op tijd slagen. Ook deze groep is divers en kan worden geconfronteerd met omstandigheden buiten de eigen invloedssfeer. Zolang de wet onderscheid blijft maken tussen wie wel en wie niet wordt beschermd tegen onredelijke lasten, blijft het probleem dat het Hof van Justitie signaleerde voor een grote groep nieuwkomers gewoon bestaan.

Recente rechtspraak: het probleem zit in het sanctiestelsel zelf

Recente rechtspraak laat zien dat het probleem fundamenteler is dan alleen de positie van asielstatushouders. De Raad van State oordeelde in mei 2026 dat de verplichting voor gezinsmigranten om een inburgeringslening terug te betalen op zichzelf niet in strijd is met het Unierecht, maar dat wel moet worden getoetst of de financiële gevolgen in het individuele geval evenredig zijn6. De kosten mogen niet zodanig hoog zijn dat de terugbetaling aanzienlijke financiële gevolgen heeft voor de betrokkenen. Automatische financiële lasten zijn dus ook voor deze groep niet vanzelfsprekend.

Daarnaast oordeelde de Rechtbank Limburg in september 2025 in een zaak van een gezinsmigrant dat het opleggen van een boete onevenredig kan zijn wanneer iemand aantoonbaar moeite heeft gedaan om in te burgeren7. De rechtbank benadrukte dat een boete slechts kan worden gerechtvaardigd wanneer sprake is van een aantoonbaar gebrek aan bereidheid om te ‘integreren’. Wanneer iemand juist laat zien zich in te spannen en kort na het verstrijken van de inburgeringstermijn alsnog aan de inburgeringsverplichtingen voldoet, draagt een boete niet bij aan het doel van de wet. In dat geval werkt de boete vooral als een financiële bestraffing, zonder dat daarmee de ‘inburgering’ wordt bevorderd. De rechtbank oordeelde:

‘Het feit dat asielstatushouders kwetsbaarder (worden geacht te) zijn en daarom in bescherming moet worden genomen, doet naar oordeel van de rechtbank echter niet af aan de in die uitspraken gedeelde conclusie dat het stelselmatig opleggen van een boete kennelijk disproportioneel is tot het doel dat gestreefd wordt met de Wet inburgering’.

Daarmee komt een fundamenteler probleem in beeld. De discussie gaat niet alleen over de vraag welke groep nieuwkomers het meest kwetsbaar is, maar over de vraag of een sanctiestelsel dat uitgaat van automatische verantwoordelijkheid nog houdbaar is. Het onderscheid tussen asielstatushouders en gezinsmigranten mag niet verhullen dat ook andere inburgeraars kunnen worden geconfronteerd met omstandigheden buiten hun invloedssfeer.

Van wantrouwen naar vertrouwen

De beslissing van het kabinet is een belangrijke stap, maar mag niet het eindpunt zijn. De vraag is niet alleen hoe we de gevolgen van oude fouten herstellen, maar ook hoe we voorkomen dat dezelfde problemen zich opnieuw voordoen. Een toekomstbestendig en rechtvaardig startbeleid voor nieuwkomers vraagt om vertrouwen in plaats van wantrouwen. Het vraagt om goede begeleiding, toegankelijke taallessen en een overheid die kijkt naar wat iemand nodig heeft om mee te doen.

Inburgering moet geen traject zijn waarin mensen schulden opbouwen omdat zij een termijn missen. Het moet een proces zijn waarin mensen de ondersteuning krijgen om hun plek in de samenleving te vinden. De overheid heeft nu erkend dat het boetebeleid voor asielstatushouders tot onrecht heeft geleid. De volgende stap is om eerlijk te kijken naar het bredere systeem en ervoor te zorgen dat ook andere inburgeraars niet onterecht worden geconfronteerd met sancties die hun participatie juist kunnen belemmeren. Een rechtvaardig startbeleid voor nieuwkomers vraagt daarom om een fundamentele heroverweging van de rol van financiële sancties.

  1. Kamerbrief (2026, 3 juli). Vervolg rechterlijke uitspraken handhaving inburgering (Kamerstuk 32824-512). Tweede Kamer der Staten-Generaal; Dienst Uitvoering Onderwijs. (2026, 6 juli). Geen boetes en terugbetalen leningen voor asielstatushouders. Inburgeren.nl. https://www.inburgeren.nl/nieuwsberichten/artikel.jsp?cid=tcm:94-242530 ↩︎ ↩︎
  2. Stichting Civic. 2026. Eva Bezem: “Voor mij zijn mensenrechten geen abstracte idealen, maar dagelijkse realiteit”. ↩︎
  3. Stichting Civic. 2026. Reactie op de Tussenevaluatie 2021. ↩︎
  4. Vereniging van Nederlandse Gemeenten. 2025. Bestuurlijk standpunt over inzet boetes bij inburgering. https://vng.nl/sites/default/files/2025-10/bestuurlijk_standpunt_over_inzet_boetes_bij_inburgering.pdf ↩︎
  5. Stichting Civic. 2019. Verzoek tegemoetkoming gedeputeerde inburgeraars. http://www.tamardewaal.nl/wp-content/uploads/2019/06/Brief-Stichting-Civic-Verzoek-tegemoetkoming-gedupeerde-inburgeraars-1.pdf ↩︎
  6. ABRvS, 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3045, Uitspraak 202503649/1/V6 | Raad van State ↩︎
  7. Rechtbank Limburg, 2 september 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:8569, Rechtbank Limburg, ROE 24/3096 ↩︎

Deel dit

Lees ook