12 maart 2020

De rol van de gemeente is voor iedere statushouder die het AZC verlaat van cruciaal belang. Zij zien de gemeente als betrouwbaar instituut dat de nieuwkomer kan helpen om een nieuw leven op te bouwen in Nederland. Ze willen antwoord krijgen op dringende vragen als: Wat en waar kan ik studeren? Wie gaat dit financieren? Waar kom ik aan werk?

Nieuwkomers worden geholpen door contactpersonen bij de gemeente. Opvallend vaak kiest een gemeente voor contactpersonen met een migratieachtergrond omdat veronderstelt wordt dat zij de beste coach zijn voor statushouders. Persoonlijk denk ik niet dat dit per definitie een goede ontwikkeling is. Veel statushouders die ik heb gesproken zeggen dat ze vooral baat hebben bij een goed opgeleide en geïnformeerde contactpersoon, onafhankelijk van zijn of haar achtergrond. De contactpersoon helpt de statushouders bij het vinden van werk, draagt bij aan de kennis van de Nederlandse samenleving en legt uit wat statushouders in Nederland kunnen verwachten.

Ik heb het idee dat veel statushouders zich niet zozeer druk maken over hoe het (nieuwe) Nederlandse inburgeringsbeleid precies is vormgegeven, als ze maar adequaat worden geholpen bij het vinden van goede Nederlandse les, studie en werk. Iets wat nu niet altijd goed gaat, maar met de nieuwe wet vanaf 2021 verbeterd moet worden. Onder meer doordat de gemeentes meer regie krijgen. Zelf kijk ik erg kritisch naar deze wet en hoe het veranderende beleid geïmplementeerd gaat worden. Ik vraag me af hoe het nieuwe beleid er voor zorgt dat straks de taalscholen (wel) van niveau zijn en wat van statushouders verwacht wordt ten aanzien van het vinden van werk.

In het nieuwe beleid zijn er verschillende routes voor statushouders. Het zal een grote inspanning voor gemeenten zijn om dit in de juiste banen te leiden. Ik geef graag een tip;  Maak gebruik van succesverhalen van statushouders die hun eigen weg al hebben gevonden.  Een goed voorbeeld overtuigt en motiveert anderen die nog aan het begin van een route staan. Welke route dan ook. Goede ervaringen kunnen ook beleidsmedewerkers inspireren.

Zoals we weten is er een groot netwerk van instanties, organisaties en stichtingen in Nederland aanwezig die betrokken zijn bij de integratie van statushouders in Nederland, denk aan UAF, DUO, GGD, etc. Deze partijen communiceren met elkaar tot op zekere hoogte zodat statushouders op de hoogte zijn van hun diensten. Het is belangrijk dat alle organisatie, binnen de en buiten de gemeenten, intensief  met elkaar blijven samenwerken en elkaar informeren. Op die manier voorkomen we de problemen die gepaard gaan bij interculturele communicatie en de starheid van het Nederlandse systeem.

Younes Younes – Onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Deel dit

12 maart 2020

De rol van de gemeente is voor iedere statushouder die het AZC verlaat van cruciaal belang. Zij zien de gemeente als betrouwbaar instituut dat de nieuwkomer kan helpen om een nieuw leven op te bouwen in Nederland. Ze willen antwoord krijgen op dringende vragen als: Wat en waar kan ik studeren? Wie gaat dit financieren? Waar kom ik aan werk?

Nieuwkomers worden geholpen door contactpersonen bij de gemeente. Opvallend vaak kiest een gemeente voor contactpersonen met een migratieachtergrond omdat veronderstelt wordt dat zij de beste coach zijn voor statushouders. Persoonlijk denk ik niet dat dit per definitie een goede ontwikkeling is. Veel statushouders die ik heb gesproken zeggen dat ze vooral baat hebben bij een goed opgeleide en geïnformeerde contactpersoon, onafhankelijk van zijn of haar achtergrond. De contactpersoon helpt de statushouders bij het vinden van werk, draagt bij aan de kennis van de Nederlandse samenleving en legt uit wat statushouders in Nederland kunnen verwachten.

Ik heb het idee dat veel statushouders zich niet zozeer druk maken over hoe het (nieuwe) Nederlandse inburgeringsbeleid precies is vormgegeven, als ze maar adequaat worden geholpen bij het vinden van goede Nederlandse les, studie en werk. Iets wat nu niet altijd goed gaat, maar met de nieuwe wet vanaf 2021 verbeterd moet worden. Onder meer doordat de gemeentes meer regie krijgen. Zelf kijk ik erg kritisch naar deze wet en hoe het veranderende beleid geïmplementeerd gaat worden. Ik vraag me af hoe het nieuwe beleid er voor zorgt dat straks de taalscholen (wel) van niveau zijn en wat van statushouders verwacht wordt ten aanzien van het vinden van werk.

In het nieuwe beleid zijn er verschillende routes voor statushouders. Het zal een grote inspanning voor gemeenten zijn om dit in de juiste banen te leiden. Ik geef graag een tip;  Maak gebruik van succesverhalen van statushouders die hun eigen weg al hebben gevonden.  Een goed voorbeeld overtuigt en motiveert anderen die nog aan het begin van een route staan. Welke route dan ook. Goede ervaringen kunnen ook beleidsmedewerkers inspireren.

Zoals we weten is er een groot netwerk van instanties, organisaties en stichtingen in Nederland aanwezig die betrokken zijn bij de integratie van statushouders in Nederland, denk aan UAF, DUO, GGD, etc. Deze partijen communiceren met elkaar tot op zekere hoogte zodat statushouders op de hoogte zijn van hun diensten. Het is belangrijk dat alle organisatie, binnen de en buiten de gemeenten, intensief  met elkaar blijven samenwerken en elkaar informeren. Op die manier voorkomen we de problemen die gepaard gaan bij interculturele communicatie en de starheid van het Nederlandse systeem.

Younes Younes – Onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam