18 juni 2020

Plenaire_zaal_Tweede_Kamer

Twee weken terug is het wetsvoorstel voor de nieuwe Wet Inburgering opgestuurd naar de Tweede Kamer. Tegelijkertijd is het advies van de Raad van State over de nieuwe wetgeving gepubliceerd. En op 29 juni vindt het wetgevingsoverleg plaats. In deze blog een samenvatting van het advies van de Raad van State en de reflectie hierop vanuit Stichting Civic.

Uit de eerder uitgevoerde wetsevaluatie van het huidige inburgeringsstelsel bleek dat de veronderstelling dat de inburgeraar goed in staat is zelf zijn weg te vinden in het inburgeringsstelsel, vaak niet realistisch is. Daarom gaat met de Wet Inburgering 2021 de regie op de inburgering (deels) terug naar de gemeenten. De vraag is echter of gemeenten voldoende ruimte zullen hebben om deze beoogde regierol waar te maken. De Raad van State adviseert om gemeenten meer ruimte te bieden zodat zij maatwerk kunnen realiseren waar zij dat nodig achten.

Verschil tussen Gezinsmigranten en Statushouders

De Raad van State is ook kritisch op het strikte onderscheid dat in de nieuwe Wet Inburgering wordt gemaakt tussen asielstatushouders en gezinsmigranten. Gezins- en overige migranten krijgen, anders dan de asielstatushouders, op grond van het wetsvoorstel geen inburgeringsaanbod van de gemeente. Maar de groep gezinsmigranten is enorm divers. Ook hier zijn veel kwetsbare inburgeraars die ondersteuning nodig hebben. Een van de belangrijkste knelpunten van het huidige inburgeringsstelsel, zoals door adviesbureau Significant Public geconstateerd in de wetsevaluatie, blijft daarmee overeind voor ongeveer de helft van de inburgeringsplichtigen. Zij moeten zelf de benodigde cursussen voor de leerroute inkopen en betalen (al dan niet uit sociale lening). Daarmee wordt ook op financieel oogpunt groot onderscheid gemaakt tussen deze groepen. Ook Stichting Civic vindt dit niet te verantwoorden.

En neem bijvoorbeeld de Z-route. Daar is een urennorm van 800 uren taal en KNM en 800 uren activering en participatie (wij nemen aan binnen 3 jaar) aan verbonden. Hoeveel gaat dat naar verwachting kosten voor de gezinsmigrant? En in hoeverre hebben inburgeraars inspraak in hoe deze uren besteed worden binnen de Z-route?

Maatwerk te beperkt

De mogelijkheid om de onderwijsroute te volgen is in het voorstel beperkt tot inburgeringsplichtingen die op het moment van aanvang van het taalschakeltraject nog niet de leeftijd van 28 jaar hebben bereikt. Het maatwerk voor de taaleis, B1 en Z-route is daarmee in de ogen van Stichting Civic te beperkt. De taaleis blijft in principe B1, hoewel afschalen mogelijk is. Ook volgens de Raad van State is dit niet de beste opzet. Als de intake (bedoeld om maatwerk mogelijk te maken) aantoont dat alleen A2 haalbaar is, waarom zou een inburgeraar dan heilloos moeten werken aan de B1-norm om uiteindelijk dan toch af te schalen? Dit is didactisch en mentaal niet ideaal.

Onduidelijkheid boetes

In de Memorie van Toelichting staat dat de gemeenteraad de inburgeringsplichtige een boete mag geven als hij of zij niet verschijnt of niet meewerkt aan de brede intake, of als deze zich niet houdt aan de verplichtingen in het PIP. De voorwaarden waaronder boetes kunnen worden opgelegd zijn nog niet duidelijk genoeg, terwijl dit belangrijk is voor rechtszekerheid. Wanneer kunnen inburgeraars boetes krijgen voor het niet voldoen aan de PIP? En wat betekent het bij de Z-route om je ‘niet aan de intensiteit van de leerroute’ te houden?[1]

Kwaliteit

Hoe zorgen we ervoor dat de gemeenten voldoende kwaliteit in huis hebben en dat het Plan Inburgering en Participatie (hierna PIP) niet te star is en de inburgeraar op termijn gaat tegenwerken? In het nieuwe stelsel blijft nog altijd de (externe en private) stichting Blik op Werk de kwaliteit van de taalaanbieders handhaven. En dat terwijl het niveau van het taalonderwijs een publieke taak zou moeten zijn. Uit het nieuws van de afgelopen tijd komt bovendien naar voren dat het voor Blik op Werk met de huidige instrumenten niet mogelijk is om de kwaliteit van inburgeringsscholen echt te controleren.

Overgangsregeling voor de 2013-2021

In de nieuwe wet wordt niet gekozen voor een overgangsregeling voor de 2013-2021 inburgeraars. Dit zal leiden tot vertraging, frustratie en veel rechtszaken. Nu zoveel wetenschappelijke onderzoeken en een wetsevaluatie hebben aangetoond dat het huidige inburgeringstelsel niet werkt, is het onredelijk duizenden euro’s leningen en boetes te innen (en dat geldt ook voor de Turkse vluchtelingen die, helaas, sinds kort toch nog onder het oude beleid vallen). Er wordt wel gezegd dat er meer geld naar gemeenten gaat om de 2013-2021 groep vooruit te helpen: maar het is nog niet duidelijk wat dit precies inhoudt.

Ontzorgen en Beoogde Inwerkingsdatum

De Raad van State merkt op dat de plicht tot ontzorgen absoluut geformuleerd is. Alle asielstatushouders, ongeacht hun niveau van zelfredzaamheid, moeten meewerken aan de verplichte ontzorging. Ook is de termijn van ontzorgen statisch: zes maanden en niet langer, maar ook niet korter. Deze maatregel kan als positief worden gezien gelet op de kwetsbaarheid van de meeste bijstandsgerechtigde inburgeraars. Het is echter niet uit te sluiten dat het instrument wordt ingezet in gevallen waarin dat geheel niet of niet in dezelfde mate nodig is.

Tot slot, stelt de Raad van State terecht de vraag of de inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2021 voldoende ruimte biedt om de resultaten van de pilots, die eind 2020 zijn afgerond, bij de vormgeving van het nieuwe stelsel te betrekken. Gemeenten moeten meer tijd krijgen om zich goed voor te kunnen bereiden op het nieuwe inburgeringsstelsel.

[1] Blz. 5 Advies Afdeling Advisering Raad Van State en nader Rapport

Deel dit