27 mei 2019

Rechter beslist in het voordeel van analfabete Bengalese vrouw in inburgeringszaak

Tasja

De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem) heeft op 20 mei 2019 in het voordeel beslist van een analfabete Bengalese vrouw wier gezinsherenigingsaanvraag was afgewezen omdat zij het inburgeringsexamen in het buitenland niet met goed gevolg had afgelegd en ook geen pogingen daartoe had ondernomen. De advocaat van de Bengalese vrouw, mr. Eva Bezem, heeft in deze zaak samengewerkt met het Public Interest Litigation Project (PILP) en Stichting Civic. Tijdens de gerechtelijke procedure is een door Stichting Civic geschreven expert opinion ingebracht.

De uitspraak

De overheid heeft speciale zelfstudiepakketten ontwikkeld waarmee inburgeraars zich in het buitenland kunnen voorbereiden op het inburgeringsexamen. Volgens de overheid zijn deze pakketten ook geschikt voor analfabeten en anders gealfabetiseerden. Er bestaat echter geen oefenpakket in de Bengaalse taal, de moedertaal van de Bengalese vrouw. Daarnaast beschikte zij niet over de (digitale) faciliteiten die noodzakelijk zijn bij de voorbereiding op het inburgeringsexamen.

De staatssecretaris nam het standpunt in dat ook mensen in een dergelijke situatie kunnen slagen voor het inburgeringsexamen en dat van hen verwacht mag worden dat zij zich daarvoor inspannen. De rechtbank volgde dit standpunt van de staatssecretaris niet en concludeerde dat het onevenredig zou zijn om van de vrouw te verlangen dat zij voldoende inspanningen verricht om voor het inburgeringsexamen te slagen.

Stichting Civic is verheugd over deze uitspraak. In de expert opinion heeft zij, onder andere, uiteengezet waarom het uitgangspunt en de aanname dat het inburgeringsexamen voor alle groepen in beginsel haalbaar is, onvoldoende gestoeld is op empirisch bewijs. Zo is er nooit onderzoek gedaan naar het effect van de verhoging van het niveau van het examen (in 2011) op specifieke groepen zoals analfabeten en laaggeletterden, mensen die geen oefenpakket in hun eigen taal tot hun beschikking hebben, mensen die naar een ambassade in een ander land moeten afreizen om het examen af te leggen en mensen die het Latijnse schrift niet beheersen. Alleen de laatste groep wordt apart geregistreerd en is opgenomen in de Monitor Inburgering Buitenland.​​

De uitspraak is hieronder te downloaden.

Rb. Den Haag 20 mei 2019

Opinie Stichting Civic, 13 november 2018

Coördinator Juridische Zaken

Deel dit