6 oktober 2020

Hoseb-stichting-civic

“In 1915 zijn mijn Armeense overgrootouders naar Syrië gevlucht vanwege de Armeense Genocide. Bizar hoe de geschiedenis zich honderd jaar later herhaalde – in 2014 vluchtte ik met mijn moeder en zus naar Nederland. Eenmaal hier aangekomen zag ik het leren van de Nederlandse taal als een hobby, in plaats van een verplichting. Zo had ik eindelijk iets te doen in het asielzoekerscentrum. Van DUO mocht ik namelijk nog geen taallessen volgen, de inburgering start pas als je een verblijfsvergunning hebt. Dus ging ik zelf aan de slag. Via verschillende YouTube kanalen heb ik veel geleerd, uiteindelijk maakte ik het leuker door naar programma’s te kijken zoals wegmisbruikers. Ik vond het prachtig, zo zie je een heel ander gezicht van Nederland. Maar op mijn kamer leerde ik de taal niet écht. Ik had wel veel woorden in mijn hoofd, maar moest ook durven spreken. Op een gegeven moment heb ik mij aangemeld als tolk bij het coa. Ik vertaalde met name voor Syriërs en Armeniërs naar het Engels. Na een tijdje stelde de medewerker voor of ik niet naar het Nederlands wilde vertalen, om te oefenen. Het was spannend maar vooral geweldig om mijn eerste stap te zetten om Nederlands te spreken. Ik weet niet hoe het me is gelukt, maar een jaar later bleek ik op taalniveau B1 te zitten. Ja, oefenen, oefenen, oefenen natuurlijk. Toen ik taallessen mocht volgen, heb ik eerst rondgekeken bij verschillende taalscholen. Grappig om te zien dat de scholen haast met elkaar concurreerden om mij binnen te krijgen. ‘Kom, je hoeft bij ons de eerste periode niet te betalen’, dat soort. Uiteindelijk heb ik bij de Universiteit van Maastricht mijn taallessen gevolgd. In 9 maanden heb ik mijn inburgering behaald op het academische taalniveau C1. Al vond ik sommige vragen in de examens wel een beetje vreemd. Bijvoorbeeld de vraag over homo’s, waar ik kon kiezen uit de antwoordmogelijkheden of ik ze moest respecteren of in elkaar slaan. Denken ze dat ik zo’n achterlijke jongen ben? Gelukkig kan ik erom lachen. Laatst heb ik mijn klasgenoten van mijn HBO-studie Mondzorgkunde voor de grap ook wat vragen voorgelegd uit het KNM-examen. Bijvoorbeeld over de feestdagen, kinderopvang en politieke partijen. Ik denk dat veel van hen het inburgeringsexamen niet zouden halen. Ik vind het absoluut niet erg om iets te leren wat mijn Nederlandse leeftijdgenoten niet weten, maar ik denk wel dat de extra kennis die inburgeraars moeten leren relevant en haalbaar moet zijn.”

~ Hoseb Assadour is sinds 2015 in Nederland en inmiddels herenigd met zijn vader en broertje.

Dit portret is onderdeel van het project Humans of Inburgering. Bekijk hier de portretten van andere inburgeraars.

Journalist en fotograaf Humans of Inburgering

Deel dit